
105
U kunt het aantal pixels en de beeldkwaliteit selecteren. Er zijn tien instellingen voor de
opnamekwaliteit:
73, 83, 74, 84, 7a, 8a, b, c, 1+73, 1.
1
Selecteer [Beeldkwalit.].
Selecteer op het tabblad [A1] de
optie [Beeldkwalit.] en druk
vervolgens op <Q/0>.
2
Selecteer de opnamekwaliteit.
Het respectieve aantal pixels en het
aantal mogelijke opnamen worden
weergegeven om u te helpen de
gewenste kwaliteit te selecteren.
Druk vervolgens op <Q/0>.
Richtlijnen voor het instellen van de opnamekwaliteit (benadering)
* De cijfers voor de bestandsgrootte, het aantal mogelijke opnamen en de maximale opnamereeks zijn
gebaseerd op een testgeheugenkaart van 8 GB en de testnormen van Canon (beeldverhouding 3:2,
ISO 100 en beeldstijl Standaard).
Deze cijfers kunnen verschillen afhankelijk van het onderwerp,
merk van de kaart, beeldverhouding, ISO-snelheid, beeldstijl, persoonlijke voorkeuze, enzovoort.
* De cijfers voor de maximale opnamereeks tussen haakjes zijn gebaseerd op de met
UHS-I compatibele testkaart van 8 GB van Canon.
3 De opnamekwaliteit instellen
Vastgelegde pixels (aantal pixels)
Maximumaantal opnamen
Beeldkwaliteit
Vastgelegde
pixels
(megapixels)
Bestandsgrootte
(MB)
Maximumaantal
opnamen
Maximale
opnamereeks
73 Hoge
kwaliteit
JPEG
Circa 17,9
(18 M)
6,4 1140 15 (17)
83 3,2 2240 2240 (2240)
74
Gemiddelde
kwaliteit
Circa 8,0
(8 M)
3,4 2150 2150 (2150)
84 1,7 4200 4200 (4200)
7a
Lage
kwaliteit
Circa 4,5
(4,5 M)
2,2 3350 3350 (3350)
8a 1,1 6360 6360 (6360)
b
Circa 2,5
(2,5
M)
1,3 5570 5570 (5570)
c
Circa 0,35
(0,35
M)
0,3 21560 21560 (21560)
173 Hoge
kwaliteit
Circa 17,9
(18 M)
23,5+6,4 230 3 (3)
1 23,5 290 6 (6)
Comentários a estes Manuais