
104
Vóór gebruik
Basishandleiding
Handleiding voor gevorderden
Wi-Fi-functies
Basishandelingen van
de camera
Auto-modus/Modus
Hybride automatisch
Andere opnamestanden
P-modus
Afspeelmodus
Menu Instellingen
Accessoires
Bijlage
Index
Beelden naar een andere camera
verzenden
U kunt als volgt twee camera's via Wi-Fi verbinden en beelden tussen
de twee camera's verzenden.
● Een draadloze verbinding kan alleen tot stand worden gebracht bij
camera's van Canon met een Wi-Fi-functie. U kunt geen verbinding
maken met een camera van het merk Canon die niet beschikt over
een Wi-Fi-functie, zelfs niet als deze camera Eye-Fi/FlashAir-kaarten
ondersteunt.
1
Open het Wi-Fi-menu.
● Druk op de knop [ ].
2
Selecteer [ ].
● Druk op de knoppen [ ][ ][ ][ ] om
[ ] te selecteren en druk vervolgens
op de knop [ ].
3
Kies [Apparaat toevoegen].
● Druk op de knoppen [ ][ ] om
[Apparaat toevoegen] te selecteren
en druk vervolgens op de knop [ ].
● Volg stap 1-3 ook op de doelcamera.
● Er wordt informatie over de verbinding
met de camera toegevoegd als [Start
verbinding op target Camera] wordt
weergegeven op beide cameraschermen.
● Om verbinding te kunnen maken moet in de camera een
geheugenkaart met opgeslagen beelden zitten.
● Zodra u verbinding hebt gemaakt met apparaten via het
Wi-Fi-menu, worden recente bestemmingen als eerste vermeld
wanneer u het Wi-Fi-menu opent. U kunt eenvoudig opnieuw
verbinding maken door op de knoppen [
][ ] te drukken om
het apparaat te kiezen en vervolgens op de knop [
] te drukken.
Als u een nieuw apparaat wilt toevoegen, opent u het scherm
voor apparaatselectie door op de knoppen [
][ ] te drukken
en vervolgens de instelling te congureren.
● Als u liever geen recente doelapparaten wilt weergeven,
kiest u MENU (
=
25) ► tabblad [ ] ► [Inst. draadloze
communicatie] ► [Instellingen Wi-Fi] ► [Doelhistorie] ► [Uit].
● Om verbinding te maken zonder een wachtwoord in te voeren in
stap 4, kiest u MENU (
=
25) ► tabblad [ ] ► [Inst. draadloze
communicatie] ► [Instellingen Wi-Fi] ► [Wachtwoord] ► [Uit].
[Wachtwoord] wordt niet meer weergegeven op het SSID-scherm
(in stap 3).
● Om een ander toegangspunt te gebruiken, volgt u stap 3–4 bij
“Een ander toegangspunt gebruiken” (
=
93).
Comentários a estes Manuais