
79
Geavanceerde opnamefuncties
4
Instellen op welk moment de flitser
wordt gebruikt
1 Selecteer [Flits Sync] in het menu
[ (Opname)].
Zie Menu's en instellingen selecteren
(Verkorte handleiding: p. 16).
2 Gebruik de knop of om [1e gordijn] of [2e gordijn]
te selecteren.
U kunt instellingen selecteren door het multifunctionele keuzewiel te draaien.
Programmakeuzewiel
1e gordijn
De flitser wordt geactiveerd zodra de sluiter wordt geopend, ongeacht de
sluitertijd. Normaal gesproken wordt de optie 1e gordijn gebruikt bij het maken
van opnamen.
2e gordijn
De flitser flitst vlak voordat de sluiter wordt gesloten. Vergeleken met het
1e gordijn, flitst de flitser later. Dit biedt u de mogelijkheid om opnamen
te maken waarin bijvoorbeeld de achterlichten van een auto een lichtspoor maken.
Opname met de instelling
1e gordijn
Opname met de instelling
2e gordijn
Comentários a estes Manuais