
110
U kunt veelgebruikte opnamemodi en instellingen naar voorkeur vastleggen. U zet
het programmakeuzewiel eenvoudigweg in de stand om tussen vastgelegde
instellingen te schakelen. Zelfs als u van opnamemodus wisselt of de camera
uitschakelt, worden instellingen die normaal gesproken worden geannuleerd
(zelfontspanner, enzovoort), opgeslagen.
Instellingen die kunnen worden vastgelegd:
• opnamemodi (G, M, B en D);
• items die zijn ingesteld in G, M, B of D (p. 76 – 102);
• items in het opnamemenu;
• zoompositie;
• handmatige scherpstelpositie (p. 95);
• items in My Menu (p. 169).
Selecteer de opnamemodus die u
wilt vastleggen en kies de
instellingen.
Selecteer [Opslaan].
● Druk op de knop n en selecteer
[Opslaan] op het tabblad 4. Druk
vervolgens op de knop m.
Leg de instellingen vast.
● Druk op de knoppen qr of draai de
controleknop Ê om [OK] te selecteren.
Druk vervolgens op m.
Opname-instellingen vastleggen
• Als u een deel van de vooraf opgeslagen instellingen (met uitzondering van de
opnamemodus) wilt wijzigen, kiest u en brengt u de wijzigingen aan.
Daarna herhaalt u stap 2 en 3. Deze instellingen worden niet gereflecteerd in
andere opnamemodi.
• Om instellingen die bij zijn vastgelegd, terug op de standaardwaarden in
te stellen, draait u het programmakeuzewiel naar en kiest u vervolgens
[Reset alle] (p. 52).
Comentários a estes Manuais