
145
U kunt een deel van een opgeslagen beeld uitsnijden en dit opslaan als een
nieuw beeldbestand.
Selecteer [Trimmen].
● Druk op de knop n, selecteer [Trimmen]
op het tabblad 1 en druk op de knop m.
Selecteer een beeld.
●
Druk op de knoppen
qr
of draai de
controleknop
Ê
om een beeld te selecteren en
druk vervolgens op de knop
m
.
Pas het snijgebied aan.
X Er verschijnt een kader rond het gedeelte van
het beeld dat u wilt bijsnijden.
X Het oorspronkelijke beeld verschijnt
linksboven en het bijgesneden beeld
rechtsonder.
● U kunt het kader kleiner of groter maken door
de zoomknop naar links of rechts te duwen.
● Met de knoppen opqr kunt u het kader
verplaatsen.
● Met de knop l wijzigt u de richting van
het kader.
● In een beeld met gedetecteerde gezichten
verschijnen grijze kaders rond de gezichten
linksboven in het beeld. U kunt deze kaders
gebruiken voor bijsnijden. U kunt schakelen
tussen kaders door de controleknop Ê te
draaien.
● Druk op de knop m.
Sla het beeld op als een nieuw
beeld en geef het weer.
● Voer stap 4 en 5 op p. 144 uit.
Trimmen
Snijgebied
Weergave van snijgebied
Resolutie na bijsnijden
• Beelden die zijn opgenomen met een resolutie van (p. 79) of
beelden die zijn omgezet naar (p. 144), kunnen niet worden bewerkt.
• RAW-beelden kunnen niet worden bewerkt.
• Beelden die kunnen worden bijgesneden, hebben dezelfde breedte-
hoogteverhouding na het bijsnijden.
• De resolutie van een bijgesneden beeld is kleiner dan dat van het
oorspronkelijke beeld.
Comentários a estes Manuais