
45
Opnamen maken
Als u de sluitertijd instelt, selecteert de camera automatisch een
bijpassende diafragmawaarde afgestemd op de helderheid van het
onderwerp. Kortere sluitertijden bieden u de mogelijkheid om een
momentopname te maken van een bewegend onderwerp, terwijl u met
langere sluitertijden een uitvloeieffect krijgt en u de mogelijkheid hebt
om zonder flitser opnamen te maken in donkere omstandigheden.
De sluitertijd instellen
Opnamemodus
z
Als de diafragmawaarde rood wordt weergegeven, is het
beeld onderbelicht (onvoldoende belicht) of overbelicht (te
veel belicht). Gebruik de knop of om de sluitertijd aan
te passen totdat de diafragmawaarde wit wordt
weergegeven.
z
Bij CCD-beeldsensoren neemt de hoeveelheid ruis in het
opgenomen beeld toe bij langere sluitertijden. Bij deze
camera ondergaan beelden die met een sluitertijd van minder
dan 1,3 seconden zijn opgenomen, echter een speciaal
bewerking om de ruis te verwijderen, zodat beelden van hoge
kwaliteit ontstaan. (Het kan hierdoor echter enige tijd duren
voordat de volgende opname kan worden gemaakt.)
z De diafragmawaarde en sluitertijd veranderen als volgt
wanneer de zoomstatus verandert.
z De kortste sluitertijd voor flitssynchronisatie is 1/500
seconde. De camera stelt de sluitertijd automatisch
opnieuw in op 1/500 seconde als een kortere sluitertijd
wordt geselecteerd.
Opname-
modus
Diafragma-
waarde
Sluitertijd
(seconden)
Maximale
groothoek
F2.8 – 3.5 15 – 1/1500
F2.8 – 3.5 15 – 1/1250
, F4.0 – 8.0 15 – 1/2000
Maximale
telestand
F4.8 – 6.3 15 – 1/1500
F4.8 – 6.3 15 – 1/1250
, F7.1 – 8.0 15 – 1/2000
Comentários a estes Manuais